Maria du bois doopgetuigeBij genealogisch onderzoek in doopregisters is het ook heel belangrijk om na te gaan wie de doopgetuigen waren. Vaak waren dit naaste familieleden van de ouders.

Hiermee kunnen vaak familierelaties bepaald worden, wanneer dit op andere manieren vrijwel onmogelijk lijkt.

Ook kan het peter- of meterschap soms een indicatie geven over de leeftijd van van de getuigen. Ze moesten namelijk de leeftijd van 13 volle jaren bereikt hebben.

Er zijn volgens mij echter uitzonderingen op deze regel. Zoals bijgaande afbeelding uit 1693 uit het doopboek van Neerharen aantoont. Maria du bois, die als getuige genoemd wordt, is volgens mij op dat moment slechts 11 jaar oud. Is dat de reden dat haar ouders Nicolaas du bois en Catharina Thomassen ook genoemd worden? Of staat hier iets wat ik met mijn gebrekkige kennis van latijn niet helemaal kan begrijpen?

Wie kan mij hierbij verder helpen? Laat in de opmerkingen jullie ideeën achter.

 

Permalink

Van Régis de la Haye, archivaris, bekend Limburgs genealoog en auteur van het voor Limburgse onderzoekers standaardwerk "Limburgse voorouders", kreeg ik de volgende reactie:

Vertaling :

13 juni 1693 is gedoopt Petrus, wettige zoon van Hermannus Merken en van Anne Haeghmans. Zijn doopheffers waren Gerard Jongen in naam en plaats van Ruth Rutthen en Catharina Engelen in plaats van Maria du Bois, kleine dochter van Nicolaus du Bois et Catharina Thomassen, die eveneens, het kleine meisje, aanwezig was et de handen oplegden. (later bijgeschreven:) Het genoemde kind overleed in hetzelfde jaar.

Het woord parvula duidt op een jong meisje, nog geen puber. De pastoor schrijft het erbij omdat een meter een minimale leeftijd moest hebben (en nog altijd moet hebben, tegenwoordig 13 jaar). Als Maria op dat moment, zoals Eugène zegt, 11 jaar is, dan is ze inderdaad nog te jong om peettante te mogen zijn. Ik zou het nog eens moeten natrekken in het kerkelijk recht van toen, maar dat moet het zijn.