Lezing "De Teuten" te Thorn, donderdag 14 september
Posted by: Mathieu Kunnen on do, 07 september 2006 22:42:36 (1246 Reads)
Op donderdag 14 september a.s., aanvang 20.00 uur, zal door de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” in Zaal “D’n Ingel”, Schoolstraat 20, te Thorn, een lezing georganiseerd worden met als onderwerp:
DE TEUTEN.
De lezing wordt verzorgd door drs. Jean Coenen (Eindhoven 1956), streekhistoricus, gevestigd te Maasbracht. Vanaf 1970 houdt hij zich bezig met de geschiedenis van Zuidoost-Brabant en aangrenzend Limburgs gebied. In 1974 publiceerde hij zijn eerste artikel in de bundel Teuten, buitengaanders van de Kempen. Van 1975 tot en met 1981 studeerde hij geschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Zijn doctoraalscriptie ging over de secretarissen en schouten in Peelland, 1629-1795. In 1982 was hij werkzaam bij de afdeling militaire geschiedenis en strategie van de KMA in Breda. Sinds 1983 is hij gedeeltelijk werkzaam in het voortgezet onderwijs. In 1984 richtte hij het Bureau voor regionaal historisch onderzoek op, dat gevestigd was in Geldrop en sinds 1998 in Maasbracht. Hij schreef in opdracht boeken over de geschiedenis van Aarle-Rixtel, Asten, Best, Geldrop, Heeze, Leende, Nuenen, Son, Someren en Lierop, Boxtel en Liempde, en Mierlo. In september van dit jaar verschijnt een geschiedschrijving van Veldhoven en in december deel 1 van de geschiedenis van Weert.
In opdracht van de vriendenkring van de H. Kruiskapel van Luyksgestel deed hij onderzoek naar de geschiedenis van die kapel, die nauw verbonden bleek te zijn met de geschiedenis van de teuten. Hij publiceerde over teuten uit Heeze, Leende, Maarheeze, Weert en Nederweert. Momenteel verricht hij in zijn vrije tijd onderzoek naar de teuten in Zuidoost-Brabant en Midden-Limburg, met name naar de Luyksgestelse compagnieën.
Teuten zijn handelaren die in compagnieverband koper, haar, glas, stoffen of zaad verkochten in Holland, Duitse gewesten, Lotharingen en Denemarken. De teuten treffen we vooral aan in de nabijheid van de kruising van de handelswegen van Den Bosch naar Maastricht, Aken en Keulen enerzijds en de route van Antwerpen naar Keulen anderzijds. In het Luikse graafschap Loon en het zuiden van de Meierij van Den Bosch treffen we zodoende veel teuten aan.
Ook in Weert, Nederweert en Stramproij woonden teuten, aangezien de handelsroute van Den Bosch naar Maastricht door of nabij die plaatsen liep. Tussen Weerter teuten en een teutencompagnie in Leende bestonden bovendien handelsverbanden.
Van Thorn zijn geen teuten bekend, wel uit Hunsel, Heel, Roggel, Neer en andere dorpen die op de handelsroute van Weert naar Keulen lagen.
De overgrootmoeder van de spreker Jean Coenen was Cato Coenen-Hoeben, die naast de koperslagerij van haar man in de Maasstraat in Weert een zaadhandel dreef. De zaadhandel stond in verband met zaadteuten uit Maarheeze en Riethoven. De schoonmoeder van Cato was Wilhelmina Coenen-Praats, die in 1869 in Weert overleed. Zij stamde van vaderskant uit een Maarheezer teutenfamilie en van moederskant van Riethovense zaadteuten.
In de lezing wordt eerst een algemeen beeld gegeven van de teuten. De naam, de teutentaal en de organisatie van de handel komen hier ter sprake. Vervolgens worden enige teutendorpen in Limburg en Zuidoost-Brabant bekeken en de handelsgebieden die bezocht werden.
De nadruk ligt op de Deense compagnie van Luyksgestel omdat dit de grootste organisatie was, die uit meer dan 35 man bestond. Het dorp Luyksgestel, dat nu in de provincie Noord-Brabant ligt, maakte in de 17de eeuw deel uit van het prins-bisdom Luik. In de Franse tijd hoorde het net als Thorn tot het departement van de Nedermaas. In die tijd telde het dorp twee teutencompagnieën, namelijk een van haarteuten en een van koperteuten. De haarteutencompagnie heeft bestaan tot 1917. In deze lezing zal de aandacht echter vooral uitgaan naar de koperteuten die handel dreven met Denemarken. Deze Deense compagnie bezat sinds de 18de eeuw een eigen handelshuis in Horssens.
In 1996 vond Jean Coenen de bedrijfsadministratie van de Deense compagnie in Denemarken terug en liet die volledig op film zetten. Uit de kasboeken, die vanaf 1720 bewaard zijn gebleven, blijkt niet alleen hoeveel er verdiend werd, maar ook hoe groot de compagnie was, wie er lid van was en wie in welk deel van Denemarken handel dreef.
In de archieven van de compagnie werden de contracten gevonden met de messingproducenten, de jaarlijkse bijeenkomsten van de leden van de Deense compagnie in Horssens en de aankoop van een eigen messingfabriek. De ontwikkeling van de Deense compagnie is af te lezen aan de hand van de administratie. Omstreeks 1870 kwam echter een einde aan de compagnie. Het was de laatste koperteutencompagnie in Nederland.
In 1996 werden enkele afstammelingen van Luyksgestelse teuten in Denemarken bezocht. Zij bleken nog in bezit te zijn van kerkboeken met genealogische aantekeningen, kasboekjes, bidprentjes en foto’s. Het onderzoek in Denemarken werpt een nieuw licht op de organisatie van de teuten. Aangezien de Deense compagnie van Luyksgestel een van de grootste was in het teutengebied zijn die archieven van groot belang.
Tijdens de lezing zullen dia’s worden vertoond van documenten die in Denemarken werden gevonden en foto’s van Luyksgestelse teuten, grafstenen in Denemarken en huizen van teuten in het hele teutengebied.
Gezien het interessante en boeiende onderwerp van deze lezing verwacht het bestuur van de organiserende kring weer een grote opkomst van belangstellenden. Zoals steeds zijn geïnteresseerden, ook niet-leden van de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn”, van harte welkom op deze avond.
Met vriendelijke groeten,
Mathieu Kunnen
Er zijn geen reacties gekoppeld aan dit item.
Keywords :
Ratings 0/10
- Options :
- Bekijk oude artikelen